Reporage in het blad Wijzer Wonen (Herfst editie 2025) van de LVGO, door Berber Bast.
Het gedicht dat Tineke Slats naar Wijzer Wonen stuurde, maakte nieuwsgierig. Een woongemeenschap die al veertig jaar bestaat, en wel met uitsluitend vrouwen. Hoe houden ze stand?
Vijf minuten te vroeg sta ik voor de deur van Bewoonstersvereniging Prinsengracht. Even overweeg ik om op het uitnodigende blauwe bankje plaats te nemen om te genieten van het zicht op de gracht en alles wat zich daarlangs en overheen beweegt. Dan zoek ik toch maar Tinekes deurbel . Ze nodigt me via de intercom naar de derde verdieping waar de gemeenschappelijke ruimte is. Het verschil met een studentenhuis is direct duidelijk. Het is schoon en er staat geen rotzooi.
Hartje Amsterdam
De oorspronkelijke doelgroep van de woongroep, 50-plus vrouwen die behoefte hebben aan een plek voor zichzelf zonder man of kinderen, is nog altijd groot, vertellen Freda Dröes en Tineke Slats. en een kleine, maar fijne sociale huurwoning met eigen berging aan een van de beroemde grachten in hartje Amsterdam, en extra's als een lift, gezamenlijke fietsberging, wasmachines en droger, woonkamer met keuken en terras, en logeerkamer met douche en toilet... kom er maar eens om!
De wachtlijst is dan ook altijd goed gevuld. Eens in de maand is er een koffieochtend met en voor vrouwen op de wachtlijst om elkaar beter te leren kennen.
Eetgroep
De gemeenschappelijke maaltijden trekken slechts circa vijf en vooral jongere deelnemers, vertelt Freda. Zij verbaast zich hierover. Enerzijds omdat zij zelf geniet van de gesprekken met en verhalen van deze vrouwen van een andere generatie en anderzijds omdat ze zou denken dat het juist voor oudere vrouwen heerlijk is zo aan te kunnen schuiven.
Bewoonster van het eerste uur Clara Ellemers ziet dat anders. Ze heeft op haar leeftijd behoefte aan vrijheid om haar energie te steken in waar ze op enig moment behoeft aan heeft. En als haar geringe eetlust opkomt, wil ze eten waar ze zin in heeft. Tineke heeft er jarenlang aan deelgenomen en sluit niet uit dat ze op een dag weer in de eetgroep stapt.
Het gesprek komt op het bekende probleem van onterecht gevoelde druk van wederkerigheid. Clara voelt zich bezwaard dat ze zich 'een beetje teruggetrokken' heeft en niet deelneemt aan de werkgroepen. De andere twee vinden dat de normaalste zaak van de wereld en houden haar voor dat zij zoveel jaren lang haar steentje heeft bijgedragen. En hoe. We concluderen dat wie in een woongroep woont niet alleen de kunst van het geven maar ook de kunst van het ontvangen moet beheersen.
Groepsactiviteteiten
Behalve de vergadering zijn er niet veel activiteiten waar (zo goed als) iedereen aan deelneemt. Toch is er wel degelijk saamhorigheid in het pand aan de Prinsengracht. Het kerstdiner en jubileumvieringen worden goed bezocht. Op de koffieochtenden (3 x per week) en de borrels (eens per maand) wisselt het aantal aanwezigen. En er zijn onderlinge contacten, zegt Tineke. De 16 woningen zijn verdeeld over vier verdiepingen en de appartementen zijn best gehorig. Een nieuwe bewoonster moet dus niet alleen passen in de groep maar ook bij haar buurvrouw. Daar is aandacht voor.
Veel bewoonsters, onderwie mijn drie gespreksgenoten, hebben artistieke talenten, wat ook verbindt. Er zijn dichters, kunstschilders, een beeldhouwer en er zijn vrouwen die meerdere talenten combineren. Freda laat een fotoboek zien van de expositie die zij organiseerde ter ere van het 30-jarig jubileum. Ik toon me verrast over de kwaliteit en hoor dan dat meerder vrouwen aan de kunstacademie hebben gestudeerd. .
Verloop en mannen
Er is voldoende jonge instroom, maar het verloop valt mee. Freda en Tineke tellen hardop en komen op 6 nieuwkomers in de afgelopen 16 jaar die de plaats innamen van vrouwen die om uiteenlopende redenen vertrokken. Enkele zijn overleden en één bewoonster verblijft momenteel in een verppleeghuis waar zij nog regelmatig door Prinsengrachters worst bezocht.
Eens in de zoveel tijd rijst de vraag of mannen toegelaten moeten worden. Steeds weer zien de vrouwen ervan af. "Het begint dan natuurllijk met één man, en dat lijkt ons best moeilijk voor hem', zegt Freda. Mannen zijn uiteraard welkom als gast of tijdelijk bewoner in geval van nood, maar de appartementen zijn te klein voor twee. Vrouwen met een partner 'latten'dus.
Te veel verwachtingen
Er was veel onenigheid in de begintijd, vertelt Clara. Ze meent dat mensen te hoge verwachtingen hebben van een woongemeenschap. Dan krijg je dat bewoners al hun wel en wee aan de anderen gaan wijten. Ze citeert een gedicht van J.H. Leopold:'Zo ooit het lot met de kewelling u mocht slaan, wees stil. Ge maakt het erger, laat begaan. Wie duwt de golven van de zee terug? Het pogen zelf doet weer een golf ontstaan'.
Gemeenschappelijkheid en individuele vrijheid kunnen in elke woongroep botsen. Hier lijken die twee aardig in balans. Tineke en Freda zijn ervan overtuigd dat hun woongemeenschap zo nog jaren zal voortbestaan.